Wildreddend maaien : Een must !

Beste leden,

Graag brengen we hierbij onderstaand filmpje onder uw aandacht, wildreddend volgens ervaring van 70 à 80 % en in het bijzonder omdat in onze streek stilaan meer en meer reewild wordt gesignaleerd.

https://www.plattelandstv.be/videos/jachtvisvangst/hvv-tv-faunavriendelijk-maaien

Praat erover met jullie landbouwers !

 

Weidelijke groet

DB WBEVA

Categories: Nieuws | Leave a comment

Patrijzenjacht in WBE-verband toegestaan

Beste WBEVA-leden,

Hierbij kan u het schrijven van ANB terugvinden waarbij gesteld wordt dat de jacht op patrijs binnen de WBEVA is toegestaan.

 

Brief ANB

Weidelijke jacht.

Namens DB WBEVA

Categories: Bestuur, Nieuws | Leave a comment

Tips patrijzenbeheer : Augustus – September

Nu de oogst van de tarwe op gang is, hebben jullie hopelijk al enkele kluchten kunnen waarnemen op de stoppelvelden. Binnen een dikke maand start ook het jachtseizoen op patrijs. Op basis van tellingen van de najaarsstand krijgen we als jagers een goed beeld of en hoeveel we op een duurzame manier kunnen oogsten. Tegelijkertijd blijft werken aan habitat en predatorcontrole een must. Hierbij een lijstje met acties die aan de orde zijn in de maanden augustus en september. Het lijstje zet jullie op weg, maar is uiteraard niet limitatief.

 

Patrijzenproject: acties voor in augustus en september

 

  • Tellingen en monitoring      van de patrijzenpopulatie is nu aan de orde. Het is belangrijk om een      beeld te krijgen hoe de voortplanting is verlopen. Gewapend met een      verrekijker kan je de kluchten in beeld brengen. Besteed daarbij zeker      aandacht aan de samenstelling van de kluchten (aantal adulte hanen, aantal      adulte hennen, aantal juvenielen). Info over de bepaling van leeftijd en      geslacht op basis van veldwaarnemingen vinden jullie hier en hier. Dit jaar starten we met het initiatief ‘open      tellingen’. We hopen aan een goede medewerking aan dit initiatief – te      starten met de najaarstellingen (info).

In de loop van augustus/begin september krijgt iedere WBE een melding of in de WBE dit jaar wettelijk gejaagd kan worden of niet. Dit kan enkel indien de gemiddelde voorjaarsstand van de patrijs over de laatste drie jaar meer dan 3 koppels per 100 hectare bedroeg. Enkel in WBE’s die bericht krijgen dat ze dit jaar mogen jagen, kan dit jaar een afschot worden uitgevoerd.

  • Als weidelijke      jagers moeten we waken over de duurzaamheid van het afschot. Kan de      populatie een bejaging aan? Welk afschot kunnen we realiseren zonder dat      dit nadelige impact heeft op de populatie? Dit zijn belangrijke vragen      voor ieder die aan patrijzenbeheer doet. Enkele hoofdlijnen:
    • Voer geen afschot       uit als je minder dan 20 patrijzen per 100 ha telt in het najaar in de       WBE/je jachtrevier.
    • wat het maximale       duurzame afschot is voor jouw jachtrevier kan je eenvoudig zelf berekenen       via een exceltool die we hiervoor ter beschikking stellen via deze       link. Voor wie de Excel-tool te weinig       praktisch vindt in gebruik, zetten we hieronder de hoofdrichtlijnen van       een duurzaam afschot uiteen:
      • Voer geen        afschot uit als de verhouding juveniele patrijzen/adulte patrijzen in de        telling minder dan 1.7 bedraagt.
      • Als de        verhouding juveniele patrijzen/adulte patrijzen in de telling meer dan        2.5 bedraagt kan je 20 % van de aanwezige patrijzen in het najaar        schieten. Indien de verhouding lager is, dan is 20 % afschot te ruim, en        is het verstandiger om slechts een zeer zuinig afschot te realiseren.
  • Een aantal      landbouwteelten zijn reeds geoogst of worden nog geoogst in de komende      weken. Het gaat hierbij onder andere om de graanteelten. De inzaai van groenbemestermengsels      is dan ook aan de orde. Zeker met de inzaai van mengsels met Japanse haver      als component (zoals het mengsel Japanse haver-bladrammenas van in de      groepsaankoop op Vlaams niveau) mag niet te lang gewacht worden. Inzaai      moet gebeuren voor 20 juli in de leemstreek en uiterlijk 15 augustus in de      zandleemstreek zodat de Japanse haver nog in zaad kan komen, en het      mengsel kan renderen voor akkervogels. Ook andere groenbemesters zaai je      best in de loop van augustus/begin september.

Om groenbemesters te laten renderen voor de fauna, moet aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Het document met tips vind je hier. Een tip om te komen tot een groenbemester zoals gele mosterd met goede structuur is om de bodem niet te ploegen voor de inzaai. Op de vroegere rijsporen is de bodem dan nog gecompacteerd, en  kiemen de mosterdplanten wel maar groeien ze niet goed en blijven ze laag. Dit geeft meer afwisseling in structuur, wat veel aantrekkelijker is voor de fauna.

  • De late      (vervang)legsels zijn rond deze tijd ongeveer uitgebroed. Graslanden,      stroken, … die jaarlijks een maaibeurt krijgen, kan je dus ‘veilig’ maaien      na 1 augustus of 15 augustus. Om maaislachtoffers te voorkomen, kan je een      systeem uitwerken met de landbouwer waarbij deze de maaidatum communiceert      en je op voorhand het perceel met de jachthond doorzoekt om zo veel      mogelijk aanwezige dieren tijdig te verjagen. Daarnaast zijn      faunavriendelijke maaischema’s beschikbaar. In het voorjaar is het risico      op uitmaaien groter, maar is in de meeste gevallen ook de tijdsdruk bij      landbouwers hoger. De eerste snede is immers cruciaal. Om een nieuw      systeem uit te testen is het nu een goede periode. In het Antwerpse      PDPO-project Zot van pAtrijs hebben we samen met Hooibeekhoeve en de      landbouwsector een folder      opgemaakt om faunavriendelijk maaien te promoten.
  • Zoals eerder aangegeven      is het in de periode 15 mei tem 14 oktober mogelijk om bijzondere jacht      op vos uit te voeren indien de melding hiervoor gebeurde bij ANB.      Vooral in het voorjaar kan deze predatorcontrole een grote meerwaarde      leveren. De meest kwetsbare periode voor patrijs en andere wildsoorten      loopt stilaan op zijn einde. Vossenjongen maken intussen langere tochten      zelfstandig over het jachtrevier en gaan stilaan op zoek naar een eigen      plek. Deze jonge – naïevere – vossen kan je in de komende maanden      gemakkelijk vangen met kast- en kooivallen. Kast- en kooivallen, en ook      betonbuisvallen, kan je legaal gebruiken voor de vangst van vossen bij de      bijzondere jacht (niet bij de gewone jacht), indien ze voldoen aan de      volgende voorwaarden
    • Bovenkant bestaat uit       ondoorzichtig materiaal
    • Volume max. 1000 dm³
    • Plantaardig en       niet-levend dierlijk lokaas
    • Opening Ø 6,5 cm ter       hoogte van maaiveld
    • Dagelijkse controle en       lediging
    • Identificatieplaatje met       jachtverlofnr. + tel Provinciale Dienst ANB

 

Veel succes!

Categories: Nieuws | Leave a comment

Faunavriendelijk maaien … een must. Spreek uw landbouwers aan !

Faunavriendelijk maaien zorgt voor VOEDSELVEILIGER RUWVOEDER en MINDER MAAISLACHTOFFERS !

Bekijk hier de folder en praat erover met uw landbouwers ! Faunavriendelijk maaien

 

Veel succes !

Categories: Nieuws | Leave a comment

Trichine-onderzoek everzwijn praktisch haalbaar !

Beste leden WBEVA,
Beste Jagers,

Trichine of Trichinella is een microscopisch kleine parasitaire worm. Deze kan voorkomen bij verschillende zoogdieren (onder andere everzwijn, vos, varken en paard). De volwassen wormen leven in de wand van de dunne darm van de gastheer. De larven doorboren de darmwand, kapselen zich in in het spierweefsel en kunnen daar jaren overleven.

Mensen kunnen besmet worden door het eten van rauw, onvoldoende verhit of onvoldoende ingevroren vlees dat ingekapselde trichinelarven bevat. Symptomen bij een besmetting zijn onder meer misselijkheid, buikkrampen, spierpijn, … De klachten kunnen weken tot maanden aanhouden. Soms zijn de symptomen mild of zelfs niet of nauwelijks merkbaar, maar ze kunnen ook zeer ernstig zijn. De ziekte kan zelfs dodelijk zijn, meestal als gevolg van hartfalen.

In Vlaanderen moeten everzwijnen worden getest op trichine vooraleer je ze kan aanbieden of verkopen aan derden (de eindverbruiker). Lever je het wild aan een erkende wildverwerkingseenheid, dan moet deze wildverwerkingseenheid het onderzoek laten uitvoeren.  Wil je het everzwijnenvlees zelf consumeren, dan is een trichinetest niet verplicht. Maar uiteraard is het ten zeerste aangeraden om deze test wél uit te voeren, in het belang van de eigen gezondheid en die van je huisgenoten. In 2018 werd er effectief een geval van trichine vastgesteld bij een in België geschoten everzwijn.

Jammer genoeg was een trichinetest tot voor kort niet echt praktisch haalbaar. De meeste labo’s hadden geen interesse om de test uit te voeren. En wie wél een labo vond om een trichine-onderzoek uit te voeren betaalde hiervoor een vaak aanzienlijke prijs. Pioniers uit de Limburgse Jagersvereniging en de Antwerpse Jagersvereniging gingen op zoek naar oplossingen. HVV zette mee de schouders onder dit project, om een oplossing naar Vlaams niveau te tillen.  We vonden twee labo’s bereid om aan schappelijke prijs trichine-onderzoek uit te voeren. Trichine-onderzoek wordt daarmee niet alleen een must, maar ook effectief praktisch haalbaar.

In bijlage vinden jullie informatie over trichine, over hoe een correct trichinestaal te nemen en over hoe en aan welke prijs je dit kan laten onderzoeken.

Trichine-onderzoek praktisch haalbaar

Weidelijke groet

Dagelijks Bestuur WBEVA

Categories: Nieuws | Leave a comment

Bijzondere Jacht Houtduif – WBEVA

Beste jachtrechthouders, Beste leden WBEVA,

Hierbij kunnen wij jullie melden dat het ANB de Bijzondere Jacht Houtduif voor het volledige werkingsgebied van de WBEVA heeft goedgekeurd.

Er dient minstens 1 preventieve maatregel toegepast te worden alvorens tot bijzondere bejaging over te gaan !

Mvg

Dagelijks Bestuur WBEVA

 

Categories: Nieuws | Leave a comment

TE KOOP : Engelse Springer Spaniel pups

Pups Engelse Springer Spaniel

geboren: 29/05/1019 (8 teefjes + 3 reutjes)

Met stamboom + vaccin + chip. Ouders beide jagers.

Tel.: Luc Tsjoen – 0475/56 05 89

 

pups

Categories: Nieuws | Leave a comment

Bijzondere jacht vos

Beste leden WBEVA,

Hierbij kunnen wij jullie melden dat wij de bevestiging mochten ontvangen van het ANB in kader van de bijzondere jacht op de vos en dit voor het volledige werkingsgebied van de WBE Vlaamse Ardennen. De periode van toepassing is van 15 mei 2019 tot en met 14 oktober 2019, enkel tussen zonsopkomst en zonsondergang.

Hopend jullie hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Weidelijke groet,

Dagelijks Bestuur WBEVA

Categories: Bestuur, Nieuws | Leave a comment

Tips patrijzenbeheer april-juni

Beste patrijzenverantwoordelijken,

Beste WBE-verantwoordelijken,

Het voorjaar en de vroege zomer zijn de meest cruciale periode voor de patrijzen in je jachtveld. Factoren zoals de overleving van de hennen en hun nest tijdens de broedperiode, en de overleving van de kuikens hebben een grote invloed op de evolutie van de patrijzenstand.

Heel wat hangt samen met de weersomstandigheden, iets waar we helaas geen invloed op hebben. Toch kunnen we heel wat zaken doen in deze periode om het broedseizoen te laten slagen. In deze mail heel wat tips om mee aan de slag te gaan!

Tips patrijzenbeheer april – juni

-          De groepsaankoop oogstte opnieuw succes. Samen kochten jullie 3,5 ton zaadmengsels aan. Dit is goed voor de inzaai van 154 ha fauna-akker en 73 ha groenbemester. Nu de bodem al iets is opgewarmd en het eindelijk een beetje begint te regenen, wordt het in de komende weken tijd op de fauna-akkers in te zaaien. Op hoop van zegen, want als het na enkele regendagen weer lange tijd droog wordt, zal de kieming moeilijk verlopen. De fauna-akkers  moeten:

  • In de zomer insectenrijk kuikenhabitat vormen. Insecten vormen het stapelvoedsel van de patrijzenkuikens. Als de patrijzenkuikens dicht bij de broedplek veel insectenrijk habitat aanwezig hebben, verhoogt dit hun kansen op overleving.
  • Dekking bieden gedurende het hele jaar en een veilige plek om te broeden.
  • Wintervoedsel (vooral zaden) voorzien

Om al deze functies te vervullen werk je best met een combinatie van een stuk nieuw ingezaaid fauna-mengsel en een stuk faunamengsel dat je een tweede jaar op het veld laat staan (en dus niet opnieuw inzaait dit jaar). Dit kan je doen als je een voldoende groot perceel hebt en als het mengsel van vorig jaar nog voldoende dekking biedt. Probeer de overjaarse stukken fauna-akker te laten liggen in stroken van minimaal 15 m (beter 20 m) breed. In dat geval zijn patrijzen en fazanten die zouden gaan broeden in dit perceel minder vlot te vinden voor predatoren.

Zaai de mengsels niet te dicht in! Bij te dichte inzaai gaan één of enkele soorten het mengsel domineren, is de begroeiing te dicht om aantrekkelijk te zijn voor wildsoorten en gaat ze in de winter sneller platliggen na sneeuwval. Zaai dus maximaal in aan de geadviseerde zaaidichtheid. Voor de mengsels uit de groepsaankoop Zot van pAtrijs: PARTRIDGE-mengsel : max. 7 kg/ha – Wildmengsel Hubertus: max. 25 kg/ha (wordt geadviseerd door de zaadfirma – zaai zeker niet dichter, je kan eventueel experimenteren met iets lagere zaaidichtheden van vb. 20 kg/ha).

  • Tips voor de inzaai en het beheer van de faunamengsels uit de groepsaankoop Vlaams patrijzenproject vind je hier.
  • Tips rond locatie, grootte, beheer, … om fauna-akkers nog meer te laten renderen vind je hier.

-          In de winterperiode is er volop ingezet op bijvoederen, om patrijs en andere akkervogels doorheen de moeilijke periode te helpen. Nu begint er stilaan terug meer voedsel beschikbaar te zijn op de velden, en hebben de patrijzen hun territorium verworven. Als je rond half april stopt met actief bijvoederen en het voedsel in de ton gewoon laat verder opgebruiken, is de periode met voedselgebrek overwonnen. Je kan ervoor kiezen om jaarrond te blijven voederen. In de meeste streken echter hebben patrijzen en andere akkervogels dit extra voedsel niet echt nodig. Als je toch bijvoedert, is het in deze periode opletten dat je de rattenpopulatie niet teveel in de kaart speelt en dat je de stroken goed habitat niet te vaak betreedt.

-          In de eerste twee weken van hun leven kuikens van insecten. Jammer genoeg is de hoeveelheid beschikbare insecten op het landbouwland veel lager dan vroeger. In kruidenrijke stroken, spontane begroeiing, fauna-akkers en heggen zijn heel wat insecten aanwezig. Waar je niet de mogelijkheden hebt om te werken met deze maatregelen, kan je de beschikbaarheid van insecten voor de patrijzenkuikens verhogen op de volgende manieren:

  •  Kleine hoopjes vaste stalmest trekken veel insecten aan, en zorgen zo voor extra eiwitrijk voedsel voor patrijzenkuikens. Dit mag je uiteraard enkel toepassen waar bemesting toegelaten is (vb. niet op de meeste beheerovereenkomsten en op de 1 m teeltvrije zone). Gebruik enkel heel kleine hoeveelheden (paar koeienvlaaien) en enkel mest van paarden, koeien of schapen. Dit geeft voor de patrijs het beste resultaat.
  • Suiker trekt insecten aan. Je kan op enkele plaatsen in het jachtrevier bijvoorbeeld op de bodem een laagje kristalsuiker strooien en daarop een dakpan met een laagje kristalsuiker plaatsen. De suiker trekt heel wat insecten aan. Onder de dakpan blijft de grond vochtig en krioelt het van de insecten dankzij de suiker.
  • Wat ook kan: gemalen insecten of meelwormen bijmengen in het voedermengsel dat je aanbiedt via voedertonnen of kuikenmeel of ander eiwitrijk voedsel ter beschikking stellen in een bakje waar de kuikens aankunnen (maar afgeschermd voor weersomstandigheden).

-          Patrijzen nemen graag eens een stofbad. Vooral op zwaardere bodems zijn de mogelijkheden hiervoor soms beperkt. Door lokaal wat Rijnzand (dat bestaat uit zandkorrels en kleine steentjes) op het veld te brengen op een rustig plekje, hebben patrijzen de kans om een stofbad te nemen. De steentjes pikken ze ook op – deze spelen een rol bij de vertering.

-          In het voorjaar en de vroege zomer zijn  patrijzenpopulaties gevoelig voor predatie. Factoren zoals de predatie van de broedende hen (waarbij het legsel ook verloren gaat), predatie van de eieren en van de kuikens kunnen een invloed hebben op de populatie-evolutie. Daarom is het van belang om in deze periode:

  • In te zetten op predatorcontrole van kraaiachtigen. Tips om de bestrijding uit te voeren met Larsen-kooien vind je hier. Larsen-kooien zijn uitstekend geschikt ikv. de predatorcontrole op kraaien en eksters omdat ze goed werken om territoriale kraaien- en eksterparen weg te vangen. Vooral deze territoriale exemplaren zijn verantwoordelijk voor de predatie.
  • De bijzondere jacht op vos te melden bij ANB. Dit kan met een template dat HVV in dit kader heeft voorbereid. Indien geen negatief antwoord van ANB, kan de bijzondere jacht aanvatten op 15 mei. Bijzondere jacht is mogelijk in de periode 15 mei tem. 14 oktober. Naast afschot, kan je in deze periode ook legaal kast- en kooivallen (inclusief betonbuisvallen) gebruiken die aan de wettelijke voorwaarden voldoen.

-          Nesten vallen niet enkel ten prooi aan predatoren. Ook maaibeurten zorgen vaak voor slachtoffers. Samenwerken rond faunavriendelijk maaien biedt voordelen voor jager én landbouwer. Deze laatste heeft immers ook niet graag dode dieren in zijn ruwvoer. Dit is slecht voor de kwaliteit van het ruwvoer en kan problemen zoals botulisme veroorzaken bij het vee. In het kader van het project Zot van pAtrijs ontwikkelden we een filmpje en een folder waarmee je faunavriendelijk maaien kan promoten bij jouw landbouwers. Deze worden ook mee bekend gemaakt door de landbouworganisaties en Landbouwservice, de koepel van de loonwerkers.

Voor de rest is RUST in deze periode van het allergrootste belang. Dit is vaak iets waar we als jagers weinig vat op hebben (recreanten, loslopende honden, landbouwwerkzaamheden, …). We kunnen enkel maar aanspreken en sensibiliseren. In ieder geval blijven we zelf best weg uit de stukjes die broedhabitat vormen voor het wild (zelfs om bij te voederen – regelmatig door een goed broedhabitat lopen kan verstorend werken en creëert paadjes die ook door recreanten en predatoren worden gevolgd), en organiseren we in deze periode geen hoog-intensieve jachtactiviteiten zoals drijfjachten op vos.

En dan is er nog het weer … we duimen met jullie mee voor een mooi broedseizoen.

Veel succes bij jullie werkzaamheden voor de patrijs in het voorjaar!

Namens Vanhuyse Kathleen
Wetenschappelijk medewerker kenniscentrum HVV

Weidelijke groet
Dagelijks Bestuur WBEVA

 

Categories: Bestuur | Leave a comment

Vraag : Hoe bewaar ik op een correcte manier mijn vuurwapens ?

Op vraag van Roland Van Liefde hierbij een verduidelijking aangaande deze problematiek. Het antwoord is van Dieter Demets, waarvoor dank.

ROLAND:

§ 5. Particulieren die elf tot en met dertig vergunningsplichtige wapens opslaan, bewaren die in een daarvoor ontworpen wapenkluis, gesloten met een mechanisme dat niet kan worden geopend dan met behulp van een elektronische, magnetische of mechanische sleutel, een alfabetische of numerieke combinatie of een biometrische herkenning. De wapenkluis en de munitie bevinden zich in een ruimte waarvan alle toegangen en ramen behoorlijk afgesloten zijn. De sleutels van de wapenkluis en die van de ruimte waarin de wapenkluis en de munitie zich bevinden, worden niet op de sloten gelaten en bevinden zich steeds op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen en derden, waartoe alleen de eigenaar gemakkelijk toegang heeft….

De wapenkluis en de munitie bevinden zich in een ruimte waarvan alle toegangen en ramen behoorlijk afgesloten zijn. De sleutels van de wapenkluis en die van de ruimte waarin de wapenkluis en de munitie zich bevinden, worden niet op de sloten gelaten en bevinden zich steeds op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen en derden, waartoe alleen de eigenaar gemakkelijk toegang heeft.

Dit besluit treedt in werking op 25 april 2009.

Belgisch Staatsblad – Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 april 1997 tot bepaling van de veiligheidsvoorwaarden waaraan het opslaan, het in bewaring geven en het verzamelen van vuurwapens of munitie zijn onderworpen

Art. 11.
§ 1. Vergunningsplichtige wapens en de munitie ervoor worden op de verblijfplaats bewaard met inachtneming van de in § 2 bedoelde algemene veiligheidsmaatregelen. Daarnaast worden in functie van het aantal op de verblijfplaats bewaarde wapens de in § 3 tot § 5 bedoelde veiligheidsmaatregelen nageleefd. De particulier die bijkomende wapens verwerft zodat hij in een hogere klasse terechtkomt, neemt de veiligheidsmaatregelen van die hogere klasse voor alle wapens en munitie die hij bewaart.
§ 2. De volgende veiligheidsmaatregelen worden altijd genomen :
1° de wapens zijn ongeladen;
2° de wapens en de munitie worden steeds buiten het bereik van kinderen bewaard;
3° de wapens en de munitie zijn niet ogenblikkelijk samen toegankelijk;
4° de wapens en de munitie worden bewaard op een plaats die geen uiterlijk kenteken draagt dat er zich een wapen of munitie bevindt;
5° het is verboden langer dan noodzakelijk werktuigen die een inbraak kunnen vergemakkelijken achter te laten in de nabijheid van de plaatsen waar wapens worden bewaard.

Het 1° is niet van toepassing op de wapens die werden vergund krachtens artikel 11, § 3, 9°, d), van de Wapenwet.

§ 3. Particulieren die één tot en met vijf vergunningsplichtige wapens opslaan, nemen minstens één van de volgende veiligheidsmaatregelen :
1° het aanbrengen van een veiligheidsslot;
2° het wegnemen en apart bewaren van een voor de werking van het wapen essentieel onderdeel;
3° het bevestigen van het wapen met een ketting aan een vast punt.

§ 4. Particulieren die zes tot en met tien vergunningsplichtige wapens opslaan, bewaren die in een slotvaste en in een stevig materiaal gemaakte wapenkast, die niet gemakkelijk kan worden opengebroken en die geen uiterlijk kenteken draagt dat ze een wapen of munitie bevat.

§ 5. Particulieren die elf tot en met dertig vergunningsplichtige wapens opslaan, bewaren die in een daarvoor ontworpen wapenkluis, gesloten met een mechanisme dat niet kan worden geopend dan met behulp van een elektronische, magnetische of mechanische sleutel, een alfabetische of numerieke combinatie of een biometrische herkenning. De wapenkluis en de munitie bevinden zich in een ruimte waarvan alle toegangen en ramen behoorlijk afgesloten zijn. De sleutels van de wapenkluis en die van de ruimte waarin de wapenkluis en de munitie zich bevinden, worden niet op de sloten gelaten en bevinden zich steeds op een veilige plaats, buiten het bereik van kinderen en derden, waartoe alleen de eigenaar gemakkelijk toegang heeft.

§ 6. De bepalingen van § 3 tot en met § 5 zijn niet van toepassing op de particulier die voldoet aan de veiligheidsmaatregelen bedoeld in artikel 4 van dit besluit.

 

DIETER:

Roland,

De reden waarom dit in een kamer met behoorlijk afgesloten ramen en deuren moet plaatsen is omdat er voorheen mensen waren die hun kluis in een stal of kot plaatsten. Maar dat komt nog niet overeen met hetgeen jij stelde: een wapenkamer.

Het KB opslag laat echter de mogelijkheid aan de wapenbezitter om een “wapenkamer” te maken waarvan alle toegangen voldoen aan de hoogste norm die ook al van toepassing is voor wie meer dan 30 wapens wenst op te slaan. De wapens moeten niet worden bewaard in een kluis, als de toegangen van het lokaal waarin de wapens zijn opgeslagen voldoen aan de volgende normen :

  • deuren in vol hout, die minstens 4 cm dik zijn, of in een ander materiaal van vergelijkbare sterkte, of van deuren met gelaagd glas;
  • in de toegangsdeur tot de wapenkamer en de buitendeuren van het gebouw dienen minstens twee dievenklauwen te worden aangebracht;
  • op de toegangsdeur dient hetzij een driepuntsslot dat vijf minuten weerstand biedt bij inbraak, hetzij een combinatie van drie sloten die samen vijf minuten weerstand bieden bij inbraak.

Bij een appartementsgebouw kan het dus al voldoende zijn om een gepantserde inbraakbestendige voordeur te plaatsen met een degelijk slot. Alle ruimtes voldoen dan aan de norm, zodat de wapens in een kamer binnen het appartement kunnen worden opgeslagen zonder dat ze nog in een kluis hoeven te liggen.

Een particulier kan ervoor kiezen om ineens de normen na te leven voor de opslag van meer dan dertig vergunningsplichtige wapens (opslagplaats “Klasse G” in het KB opslag). Wie in orde is met deze strengere norm, moet geen rekening houden met de andere specifieke normen voor opslag (trekkerslot, wapenkast of kluis, …) . Uiteraard moeten steeds de veiligheidsmaatregelen in acht worden genomen die altijd van toepassing zijn.

 

Bedankt Dieter voor de deskundige uitleg ! 

Categories: Bestuur, Nieuws | Tags: | Leave a comment